Al ver voorafgaande onze verhuizing naar Frankrijk zijn we met dit dagboek begonnen. We wonen sinds 2002 in Frankrijk en er valt nog steeds genoeg te vertellen om dit dagboek te vullen.
Kerst en nieuwjaar.
De laatste week voor de kerstvakantie had Alwin de hele week tentamens, 25 uur in een week… Hij was net ziek geworden, en is dus snotterend en met een wattenhoofd aan het werk gegaan, wat uiteraard niet meeviel. De meeste cijfers zijn inmiddels binnen en zelfs in deze omstandigheden blijkt hij het goed te hebben gedaan.
Vrijdag had hij z’n laatste tentamen (4 uur filosofie) en zaterdagochtend om 6 uur zijn we naar Nederland vertrokken. In La Faurie hebben we vriend Valentin opgehaald, die zelden in het buitenland is geweest en inmiddels erg nieuwsgierig naar Nederland was geworden. De jongens hebben in de auto lekker uitgeslapen.
Precies die nacht was de eerste sneeuw gevallen, en de col de la Croix Haut was niet geveegd. Langzaam en glibberend zijn we erover gekomen, waarna de reis prima verliep.
De eerste etappe bracht ons boven Parijs om Pascal en Christine te bezoeken. Zij zijn in oktober verhuisd, en dit was een mooie gelegenheid om hen in hun nieuwe huis te bezoeken. Het was heerlijk om ze weer te zien! We hebben een lekkere wandeling in de bossen rond hun dorp gemaakt, uitgebreid samen gegeten en natuurlijk lekker bij het houutvuur bijgekletst. Na een goede nacht slapen zijn we zondagochtend rond 8 uur weer vertrokken; op naar Nederland! Het was de verjaardag van Alwin, dus aan het ontbijt hebben we hem flink in het Frans toegezongen.
We waren veel westelijker boven in Frankrijk terechtgekomen dan we gewoonlijk doen, en we hebben die kans gegrepen om via Zeeland Nederland binnen te rijden. Leuk voor ons, Alwin was er wellicht zelfs nooit geweest (?), wij weinig en voor Valentin was het uiteraard een zeer Hollandse start van Nederland. Onder de tunnel door, op naar de Westerscheldekering. Mooie dijken, zee en grauwe luchten. Bij het museum “Neeltje Jans” zijn we gestopt en hebben we uitgebreid het museum bekeken en zijn we in de westerscheldekering geweest. Indrukwekkend! We kregen nog speciaal voor ons de films over de watersnoodramp en de Deltawerken in het Frans te zien, dus we begonnen ons bezoek aan Nederland dit keer met een oerhollandse introductie!
Even in Middelburg bij de prachtige binnenstad rondgelopen, Zeeuwse boterbabbelaars voor de ouders van Valentin gekocht, en echte Hollandse friet met vegetarische kroketten gegeten. Een primeur voor Valentin: kroket. Hij vond de frikandellen later in de week een stuk lekkerder.
Over de diverse dijken zijn we toen naar Rotterdam gereden, en met een pontje overgestoken. Een uur of 8 ‘s avonds kwamen we bij oma in Ede aan, waar we Alwin in het Nederlands hebben toegezongen en verjaardagstaart hebben gegeten.
We hebben er een heerlijke week gehad: veel familie gezien, diverse musea bezocht, een dagje gaan stappen in Amsterdam, “net als vroeger” gewandeld op het Wekeromse zand, e.d. Heerlijk allemaal! Met een kratje vol Nederlandse etenswaar zijn we na 5 dagen weer naar huis vertrokken, om op tijd op Sivas te zijn om onze gasten te kunnen ontvangen. De terugweg liep voorspoedig, met alleen bij de Belgische Ardennen een gladde besneeuwde snelweg. In een keer naar huis, om 7 uur waren we er alweer.
De volgende dag La Ferme voorverwarmd en alles weer aangezet en aangesloten voor een groep van 7 Fransen die een weekje bij ons vakantiem kwam vieren, tot na nieuw jaar. Prima verlopen, rustige mensen die zich uitstekend hebben vermaakt. Door het water uit de nieuw werkzame put ging het allemaal goed.
Toen de gasten eenmaal goed geïnstalleerd waren, was het tijd voor onze volgende tractatie: we hebben onze twee puppies opgehaald bij de herder in het dorp!! Felicia is afgelopen zomer in haar slaap overleden (13 jaar)en we hadden dus al maanden geen hond meer op Sivas. We hadden de herders al gemeld graag een pup uit een eventueel volgend nestje bij hen te willen, en nu was het al zover; ze hadden 5 jonge Border Collies. Niet raszuiver, dus perfect. Ze zijn ongelooflijk schattig en zitten barstensvol energie; niet te stuiten. We willen graag dat ze buiten blijven, en hebben een mooi droog verblijf in de kelder (ofwel op de begane grond van het huis). Zo hopen we dat ze de kans krijgen om echt “hond” te blijven en geen huistrutjes te worden.
Hun vader heet Apéro, en voor de herders was het het zevende nestje van alle honden die ze hebben (waaronder een stuk of tien Patou’s…), dus zouden ze het leuk vinden als de hondjes vernoemd worden naar een apéro, beginnend met een g. En voilà: we hebben hier nu Gin-Tonic ! Het vrouwtje heet Ginny en het mannetje Tonic, roepnaam Tony.
Ze zijn zeer leergierig en enthousiast en al vrijwel zindelijk.


